Coronablog 04-04-2020

Zaterdagochtend 4 april, 06.50 uur, 4 graden. 

Als kind las ik graag de verhalen van Nils Holgersson. In mijn fantasie werd ik ’s ochtends wakker als een soort pinkeltje in pyjama. Op mijn kleine Zweedse muiltjes sloop ik dan de trap af naar de tuin, waar mijn eigen Zuiderwoudse ganzerik Hendrik me naar Lapland zou vliegen. Ik, de kleine grote man die Smirre de vos en alle andere gevaren trotseerde. Niemand kon me in een kooitje opsluiten, want ik was onoverwinnelijk, en mijn fantasie kende geen grenzen! 
Vanochtend, tijdens mijn ochtendwandeling, zag ik tot mijn grote verassing Akka van Kebnekajse met haar troep wilde ganzen zachtjes dobberen op de plas. Ze keek me aan met een taxerende blik, boog even haar hoofd en ging verder met haar ontbijt. Ik wierp een snelle blik in de rondte of ik toevallig Maarten, de witte ganzerik ergens zag. Maar zowel hij als Nils waren in geen velden of wegen te bekennen. Ietwat teleurgesteld liep ik verder tot ik opeens in een zee aan kleine witte veertjes stond. “Het zal toch niet?” vroeg ik mezelf hardop af. “Heeft Smirre de vos eindelijk Maarten gepakt?” In de volgende bocht, onder een treurwilg lag het onthoofde overblijfsel van een duif. Er ging een rilling door me heen… Zo eindigt het leven soms ook. Harde realiteit.
In gedachten dacht ik weer aan kleine Sytse voor wie de harde realiteit niet meer was dan huiswerk op school en het bijtijds naar bed moeten. Die kleine jongen die vaak ’s avonds in bed onder het oranje leeslampje boek na boek verslond. Fantasie….
Wat is het dan jammer dat we die grenzeloze fantasie in de loop van onze levensjaren nog wel eens kwijtraken, want eerlijk gezegd leven we momenteel allemaal in een kooitje. 
We vliegen van verveling en stress tegen de wanden op. Worden achtervolgd door onze geestelijke Smirre, die ons graag de kop af wil bijten. Wat doe je wanneer je de kasten voor de tiende keer door-geMarieKondoot hebt, en de hele flora in je tuin voor de zoveelste keer een ander plekje heeft gekregen? Wanneer ik als kind een enkele keer “Mam, ik verveel me, wat moet ik doen?” zei, was haar antwoord steevast: “Dan moet je je gat met vuisten slaan en de bulten tellen!” Ik had als kind al een gloeiende hekel aan die dooddoeners, dus zo’n antwoord gaan jullie van mij niet krijgen. Maar bedenk, lieve mensen, dat in deze moeilijke tijd onze enige geestelijke beperking de eigen fantasie is. Zet dat deurtje naar je kindertijd open. Zadel je eigen ganzerik, zwaan, ezel, geit of Dombo en vlieg naar je eigen Lapland. Beleef je eigen avonturen, en geniet! Want daar, waar in de grotemensenwereld het gezag bepaald, ben jij degene die in jouw fantasie aan de touwtje trekt. Veel plezier, en wie weet tot ziens in Lapland!

BESTEL NIEUWE CD