Terugblik januari & februari 2020

WINTERREISE – F. SCHUBERT

Het jaar begon met de prachtige Winterreise van Schubert; een liedcyclus die ik vijf jaar geleden bijna noodgedwongen omarmde, toen ik niemand vond die het in de Zwolse Muziekkamer kon uitvoeren. De locatie was de Oosterkerk in Amsterdam, bekend om zijn mooie ruimte en dito akoestiek. Tijdens de repetitie bleek al dat er een lange rij wachtenden stond, en toen de deuren uiteindelijk openden bleek de interesse zo overweldigend dat aan alle kanten stoelen moesten worden bijgezet. Het musiceren met pianist Steven Faber was zoals altijd een feest. Het publiek leefde intens mee, wat bleek uit de intense stilte vermengd met een opgestoken duim, een lach en menig traan.

Ook voor mij is deze cyclus intens; ieder concert beleef ik elk lied tot in elke vezel van mijn lichaam en ziel. Wenneke Savenije verwoordt het als volgt in de – De nieuwe muze – 

“Hoe intens Buwalda zich verbonden voelt met die verdoolde ziel bleek uit de expressieve manier waarop hij de liederen vertolkte. Buwalda werd de jongeling en de jongeling werd Schubert, die wist dat hij snel zou sterven.” 

Ik ben blij dat Steven ik op 22 maart de winter van 2019/20 met deze bijzondere liedcyclus mogen uitluiden. 

STABAT MATER – G.B. PERGOLESI
GLORIA D-DUR & FILIAE MAESTAE JERUSALEM – A. VIVALDI

Al jaren is het een traditie om met het Bach Orchestra & Choir of the Netherlands, o.l.v. Pieter Jan Leusink, in januari het beroemde Stabat mater van Pergolesi en het Gloria in D-Dur van Vivaldi uit te voeren. Het programma wordt elk jaar met andere vocale en instrumentale werken aangevuld. 

Dit jaar was dit voor mij het motet Filiae Maestae Jerusalem; het eerste van twee ‘introduzioni’, oorspronkelijk gecomponeerd om uitgevoerd te worden voor een versie van het Miserere. Dit Miserere is helaas verloren gegaan. Het werk bestaat uit twee recitativen rond één aria, en verhaalt over de rouwende dochters van Jeruzalem en de natuur, na de dood van Jezus Christus. 

Het Stabat mater van Pergolesi zong ik voor het eerst tijdens het Sacred Music Festival in Maastricht, samen met sopraan Marieke van der Meer. Daarna volgden vele concerten (en opnamen) met o.a. jongenssopraan Martinus Leusink en sopranen Hieke Meppelink, Jennifer Smith, Roberta Alexander en Olga Zinovieva. 

Het zingen van dit monumentale werk is en blijft een cadeautje voor de zangers en het publiek. 

Het afsluitende Gloria wordt in de Nederlandse korenwereld veel uitgevoerd vanwege de toegankelijkheid voor een groot publiek. De complexiteit en moeilijkheidsgraad van dit vrolijk en makkelijke klinkende werk wordt vaak onderschat. Maar het plezier wat de uitvoerenden hebben is niet te missen. Het was dan ook een cadeautje om deze drie concerten voor uitverkochte zalen te mogen zingen. 

KRÖNUNGSMESSE & REQUIEM – W.A. MOZART

Mozart componeerde de Krönungsmesse, ofwel Mis in C voor Paaszondag, in 1779 uitgevoerd in de Salzburger Dom. Dezelfde mis weerklonk in 1791 nogmaals te Praag bij de kroning van Keizer Leopold II tot Koning van Bohemen, waardoor deze compositie sindsdien als Krönungsmesse de geschiedenis in is gegaan. Voor deze compositie stelde de opdrachtgever een dwingende voorwaarde: de mis mag niet langer dan drie kwartier duren. Deze mis is dus, zoals de meeste van deze soort composities bij Mozart is van het type Missa Brevis (korte mis). Het is ook een Mis waar het publiek (en de uitvoerenden) vaak niet stil kunnen blijven zitten. De vlotte tempi in combinatie met de happy-toonsoort C- groot maken dat iedereen uiteindelijk met een lacht op het podium zit. Dat was deze tournee niet anders. Luid gejuich, en zelfs geklap na elk deel, vielen de musici ten deel. 

Het Requiem is ongetwijfeld een van de meest monumentale werken die er ooit zijn gecomponeerd. Er is bijna niemand die het niet voorbij heeft horen komen, of het nu in de concertzaal is, tijdens een tv-reclame of in de bioscoop bij een film. Het verhaal achter dit werk, door de film Amadeus aan een wereldwijd publiek verteld, spreekt ook tot de verbeelding. Een opdracht van een anonieme tussenpersoon die werkte voor de excentrieke graaf Franz von Walsegg, die het werk uiteindelijk voor zijn eigen compositie door wilde laten gaan. Het werk moest derhalve anoniem worden geleverd. Mozart die de hele Requiem compositie vermoedelijk zowel voor als tijdens zijn laatste ziekbed in november en begin december 1791 bedenkt en schetst (hij stierf 5 december 1791). En dan oud-leerling en vriend Franz Xaver Süssmayr die het werk, na een mislukte poging van Joseph Eybler , voltooid zodat Mozarts’ weduwe Constanze de tweede helft van het honorarium in ontvangst kan nemen. 

Maar wat het verhaal ook is, het werk is geniaal en laat niemand onberoerd. Ook deze tournee met het Bach Orchestra & Choir of the Netherlands olv Pieter Jan Leusink heeft de uitvoering naar een nieuwe level gebracht, met dank aan mijn lieve collega’s Olga Zinovieva, Martinus Leusink en Thilo Dahlmann. 

BESTEL NIEUWE CD