Mijn eerste Matthäus Passion van Bach

Vandaag, 14 maart, de dag dat in heel Nederland de klanken van de passies zijn verstomd,   is het exact dertig jaar geleden dat ik in 1991 mijn eerste Matthäus Passion zong in de R.K. Martinuskerk te Vaassen. Het was een boeking voor vier uitvoeringen met het Stadsknapenkoor Elburg o.l.v de jonge dirigent Pieter Jan Leusink. Naast Vaassen zouden er nog concerten volgen in Sneek, Parijs en Bad-Liebenzell. Een mooier Matthäus-debuut was in mijn ogen niet mogelijk.

Ik zong al sinds 1986 diverse passionen van andere componisten, maar het muzikaal beleven van Bach’ Matthäus passie was beperkt gebleven tot het op 17jarige leeftijd zingen van de aria’s (1983) in de Obrechtkerk te Amsterdam, onder begeleiding van organist Kees de Wijs. 

Daar waar mijn stemsoort bij een Johannes Passion geaccepteerd werd, leek het wel alsof de Nederlandse korenwereld bij zijn grote broer nog niet toe was aan een langharige mannen-alt die de, in veler ogen, voor vrouwenstem gemaakte aria’s vertolkte. 

Bij de uitvoering van Telemann’ Matthäus op 15 maart in Maassluis zouden er zelfs mensen demonstratief de kerk verlaten, verbolgen als zij waren over deze muzikale godslastering. Andere tijden lezers. Andere tijden…. 

Hoe dan ook… Een week voor de uitvoering toog ik vol verwachting naar ’t Harde voor de eerste kennismaking en repetitie. Dat was op zich al een hele belevenis. Een horde knapen die een no-nonsense mentaliteit hanteerden, en de door de wol geverfde jongenssopraan Martinus Leusink, die het maar niets vond dat ik hem vroeg of we wat meer naar elkaar toe konden zingen. Ik was jong, en had best wel wat noten op mijn zang… wijsheid komt met de jaren, zei oma altijd. 

De kennismaking met de andere solisten was prettig. Tenor Alex Vermeulen kende ik al van zijn prachtige evangelist bij de Johannes Passion in Monnickendam, maar tenor Frank van Aken, bariton Peter Jonk en bas Pieter Vis waren nieuw voor mij. De generale verliep niet zonder slag of stoot, mede dankzij een ietwat rommelig spelend orkest waarvan sommige leden duidelijk de moeilijkheidsgraad van de noten onderschat had

.

Donderdag 14 maart…. Ik ben behoorlijk gespannen, want de alt heeft heel veel te doen, en de tessituur is aan de hoge kant. Met name het Erbarme dich boezemt me meer ontzag in dan ik wil toegeven. Het feit dat de jongens het steeds over het ‘speenvarken’ hebben – de solist die een jaar eerder tijdens de pauze de hele tijd gillend had ingezongen – helpt ook niet echt. Het zal een echte vuurdoop worden inclusief brandende hoepel en gloeiende kolen! 

Licht uit, spot aan: De vlotte cadans van het openingskoor neemt het publiek meteen bij de hand. De vox populi wordt vol vuur door de jongens de ruimte in geslingerd, gevolgd door de sussende donkerbruine klank van Christus. Dan is het mijn beurt. Zachte fluitklanken vermengen zich met mijn door wijde broekspijpen gecamoufleerde knikkende knieën.

De zwarte kaft van mijn boek plakt aan mijn klamme handen, en mijn gezicht voelt warm wanneer ik diep ademhaal en begin te zingen – Du lieber Heiland, du – en ritmisch dansende tranen van rouw en spijt. Ik ga weer zitten. Mijn lieve ouders kijken me even bemoedigend aan. Vader geeft een klein knikje.

De muziek gaat verder. Pieter Jan heeft er duidelijk zin in en zweept de aan zijn vingers hangende jongens op. Vurig klinken de koren, afgewisseld met bijna meditatieve koralen. Sind Blitzen sind Donner wordt gevolgd door een denderende stilte en dan is het opeens pauze… Ik heb me ondertussen voorgenomen in de pauze NIET te gaan zingen, om elke vergelijking met een gillend varken te voorkomen. Heb vertrouwen, had mijn zangmeester Paul Hameleers een paar dagen eerder nog gezegd. Of ik dat ook daadwerkelijk heb volgehouden heb weet ik niet. Maar er zijn nog genoeg knapen over om het te verifiëren.

Ach, nun ist mein Jesus hin… Het tweede deel begint, en ik geniet. Maar terwijl het Erbarme dich met elke noot dichterbij komt begin ik steeds zenuwachtiger te worden. Op de stoel wiebelen zonder dat het opvalt. Schrapen, schrapen en nog een schrapen omdat het voelt alsof de gehele slijmproductie van die dag net nu op je stembanden gaat zitten. – Dieser war auch mit dem Jesu von Nazareth – klinkt door de kerk en de evangelist weint vervolgens bitterlich… Je kunt een speld horen vallen wanneer de viool aan zijn solo begint. Pieter Jan neemt een vlot tempo, iets wat het voor mij makkelijker maakt. Ademen, zingen, drijven en articuleren tot de laatste um meiner Zähren willen als een hartekreet mijn mond verlaat. Voorbij… Ontspan…!

De rest van het concert staat me niet meer bij, maar het applaus was verlossend én hartverwarmend. De oudere jongens vieren luidruchtig de goede afloop met limonade en snaaiwerk terwijl de kleintjes wat wit zien van vermoeidheid. Het was intens.

Na afloop staan twee trotse ouders me op te wachten met een lief bosje bloemen. 

Mijn eerste Matthäus… en wat vond ik er zelf van? Het had beter gekund, maar dat zeg ik eigenlijk nog steeds bij ieder concert. Nu, dertig jaar en zeker 500 Matthäus passies verder ben ik nog steeds dankbaar voor die eerste kans. Het heeft me veel vreugde, vrienden en prachtige muziek gebracht… Denk daaraan wanneer je zelf de iemand een ‘eerste’ kans kunt geven.

Sytse

BESTEL NIEUWE CD